Ferdinand Cuvalier ontwikkelde vanuit de Roos van Leary de axenroos. Hoewel het
ontwikkeld is om relatie-patronen te verduidelijken is het mijns inziens ook prima
geschikt om een aantal kwaliteiten van jezelf in beeld te brengen.
Kies welk dier je het meest inspreekt en lees vervolgens de beschrijvingen hieronder.

De leeuw is de koning van de dieren. Hij weet altijd raad en wijst de weg. Hij neemt
de leiding stevig in handen. Een goedgemutste leeuw is gericht op leiden, organiseren,
uitleggen en groepsbevorderend werken. Een slechtgemutste leeuw is gericht op
domineren, manipuleren, bevelen en autoritair optreden.
De kameel is een volgzaam woestijndier. Hij loopt mee in de karavaan en draagt alle
lasten. Een goedgemutste kameel wordt gekenmerkt door volgen, om raad vragen,
gehoorzamen en gezond nieuwsgierig zijn. Een slechtgemutste kameel wordt
gekenmerkt door meelopen, nooit initiatief nemen, te afhankelijk zijn, te onderdanig zijn
Bevers leven jarenlang in een hecht familieverband. Het zijn bovendien noeste
werkers: als dammenbouwers zorgen zij voor een aangepaste biotoop voor heel wat andere
dieren. Bevers delen bezittingen met anderen. De goedgemutste bever is gericht op zich
verantwoordelijk voelen, zorgen, attent zijn en hulp bieden. Een slechtgemutste bever is
gericht op alles weggeven, iemand overbeschermen, teveel verwennen en andermans
taken uitvoeren.
Een poes vraagt om geaaid te worden. Ze begint te spinnen en te ronken als je haar
vertroetelt. Poezen zijn dankbaar voor wat hen wordt aangeboden. Een goedgemutste
poes wordt gekenmerkt door dankbaar zijn, zorg aanvaarden, genieten en iets durven
vragen. Een slechtgemutste poes wordt gekenmerkt door te afhankelijk zijn, profiteren,
eigen voordeel voorop stellen en dingen opeisen.
De pauw laat zijn mooiste veren zien. Hij durft ook de minder fraaie achterkant van
zijn veren te laten zien. Iemand die zich gedraagt als een pauw toont zichzelf, stapt naar
anderen toe, neemt contact op en biedt zich aan. Een goedgemutste pauw is gericht op
beperkingen en talenten (h)erkennen, trots zijn, zich goed voelen en contact leggen.
Een slechtgemutste pauw is gericht op opscheppen, zich steeds vooraan willen
plaatsen, willen opvallen en pronken.
Een wasbeer heeft zwart omrande oogjes, waardoor het lijkt of hij een brilletje
draagt om beter te kunnen zien. De mens die zich gedraagt als een wasbeer geeft
aandacht aan anderen. Een goedgemutste wasbeer wordt gekenmerkt door luisteren
naar iemand, waarderen, empathisch handelen en opkijken. Een slechtgemutste
wasbeer wordt gekenmerkt door dwepen, iemand ophemelen, onoprecht waarderen
en slijmen.
Met zijn scherpe blik spiedt de havik van hoog in de lucht de omgeving af,
speurend naar wat lelijk, vals of slecht is. Een mens die zich gedraagt als een havik,
kan aanwijzen wat fout loopt en onjuist is. Hij of zij heeft een kritische blik. Een
goedgemutste havik is gericht op kritisch zijn iets onderzoeken, iets in twijfel trekken
en opkomen voor de zwakkere. Een slechtgemutste havik is gericht op agressief zijn,
altijd kritiek geven, uitdagen en roddelen.
Een steenbok zet zich schrap op zijn rots: hij laat niemand anders toe. Wie te
dichtbij komt, riskeert een stevige kopstoot. Een mens die zich gedraagt als een steenbok,
kan zijn terrein afbakenen. Hij of zij kan de eisen van anderen weerstaan. Een
goedgemutste steenbok wordt gekenmerkt door assertief zijn, keuzes maken, opkomen
voor eigen belang en zich ergens in kunnen vastbijten. Een slechtgemutste steenbok
wordt gekenmerkt door altijd koppig zijn, egoïstisch zijn, zich steeds verzetten
en tegenspreken.
Vanonder zijn halfgesloten oogleden ziet de uil wel wat er onder hem gebeurt,
maar hij laat het gebeuren. Hij houdt zijn snavel toe; zijn geheim blijft bewaard. Een
mens die zich gedraagt als een uil, wil soms alleen zijn. Hij of zij blijft op afstand. Hij
of zij wil niet overal aanwezig zijn en vertelt weinig over zichzelf. Een goedgemutste
uil is gericht op observeren, een geheim bewaren, er niet op ingaan en filosoferen.
Een slechtgemutste uil is gericht op uit de hoogte doen, zich afsluiten voor anderen,
zich nooit laten kennen en zich steeds afzijdig houden.
Wanneer hij bang is, verdrietig of moe, trekt de schildpad zich terug in zijn schild.
Hij zegt geen ja en geen nee als je hem benadert. Kiezen valt hem moeilijk. Een mens
die zich gedraagt als een schildpad, is onzeker, twijfelt en weet niet wat te doen. Een
goedgemutste schildpad wordt gekenmerkt door tot rust komen, emoties toelaten,
fouten toegeven en reflecteren. Een slechtgemutste schildpad wordt gekenmerkt
door negatief denken, zich altijd het slachtoffer voelen, niet zichzelf kunnen zijn en
zich laten overdonderen.
