Kop

Visualisaties | Symbool van je levenswerk | Het kind in je zelf

Onderstaande opdrachten zijn ontleend aan het boek " Creatieve Loopbaanplanning"  van Alien Verhoef

 

 

Opdracht: Levenswerk

 

Je Levenswerk: een visualisatie om (studie)belemmeringen en aanpakgedrag in kaart te brengen; hoe ga je met dingen om, hoe pak je situaties aan. Na afloop bespreek je de uitkomsten in tweetallen. Je gaat op zoek naar wat jou drijft, naar je ‘Levenswerk’; dat kan deze studie zijn, maar ook hetgeen je moet overwinnen/je proces  in het algemeen.

 

In deze visualisatie wordt contact gemaakt met wat je ‘Levenswerk”zou kunnen zijn. Dit gebeurt in de vorm van een symbool, dat je boven op de berg van een wijze persoon of gestalte ontvangt. Voordat je die wijze persoon ontmoet, kom je een aantal obstakels tegen op de weg. Deze obstakels staan voor belemmeringen op je levenspad.

 

De visualisatie

 

Ga ontspannen zitten en richt je aandacht naar binnen. Stel je voor dat je in je verbeelding in een groen landschap bent. Een rustig en vredig landschap met in de verte een berg. Je kijkt om je heen in het landschap. Misschien bevind je je wel in een weiland. Wat voor kleuren zie je in je landschap, zie je bomen of struiken? Wat zie je in dit landschap nog meer? Wat voor weer is het en wat voor kleren heb je aan. Welke geluiden hoor je, hoor je het geluid van vogels of van de wind door de balderen van de bomen? Hoor je het geluid van stromend water? Welke geuren ruik je en hoe voel je je hier in jouw landschap.

 

Wanneer je je landschap voldoende verkend hebt, richt je je blik op de berg in de verte. Je voelt dat je naar die berg toegetrokken wordt. Er loopt een pad in de richting van de berg. Je kiest ervoor om naar die berg toe te gaan. Je loopt over het pad naar de berg. Als je dichterbij de voet van de berg komt, zie je dat daar een wegwijzer staat. Je loopt ernaar toe en dan zie je dat er op die wegwijzer staat: DE weg naar je Levenswerk. De wegwijzer wijst naar een pad dat de berg opgaat. Omdat je meer te weten wilt komen over je Levenswerk, besluit je om dat pad te volgen.

 

Terwijl je het pad volgt, blijf je je bewust van je voeten op de grond. Je kijkt om je heen en je ziet wat je ziet. Je luistert naar de geluiden die je hoort: het geluid van de vogels wellicht of van stromend water of van het ruisen van de wind door de bladeren van bomen of struiken.

 

Als je voor je kijkt, zie je dat je, als je nog iets hoger gekomen bent, door het bos moet. Je loopt verder over het pad totdat je in het bos komt. Terwijl het pad door het bos gaat, blijft het stijgen. De bomen staan steeds dichter bij elkaar, het wordt donkerder om je heen.

 

Dan ineens wordt je de weg versperd, er staat een wild dier midden op het pad. Je kunt niet verder. Je kijkt naar het dier: hoe ziet het eruit, wat voor kleuren heeft het en hoe groot is het. Hoe kijkt het, hoe ruikt het; kijkt het dier je aan? Wat doet het dier. Wat was je eerste gedachte of gevoel toen je dit dier zag. Je moet je levenswerk bereiken, dus vind een oplossing en zorg ervoor dat je je weg vervolgen kunt.

 

Je gaat verder en je ziet dat het weer wat lichter wordt in het bos. De bomen staan weer wat verder uit elkaar, totdat je het bos weer uit bent. Je kijkt om je heen en je ademt wat dieper in nu je meer ruimte om je heen ervaart. Je ziet hoeveel je inmiddels al gestegen bent. Je ziet ook hoe ver het nog is naar de top. Je bent je bewust van wat je om je heen ziet en van de geluiden die je hoort en van wat je ruikt.

 

Je loopt verder over het pad totdat plotseling de weg weer versperd is: een groot obstakel op de weg. Je kunt niet verder. Wat is het voor obstakel, hoe ziet het eruit? Van welk materiaal is het en wat voor kleur of kleuren heeft het? Hoe groot is het? Wat was je eerste gedachte of gevoel toen je dit obstakel zag? Vind een oplossing om je weg te vervolgen en op weg te gaan naar je Levenswerk.

 

Je vervolgt je weg. Je bent inmiddels al weer wat hoger gekomen en je kijkt naar beneden. Terwijl je verder loopt, blijf je je bewust van wat je ziet, van wat je hoort en van wat je ruikt en voelt.

 

Je loopt verder over het pad. Plotseling zie je dat de weg voor een derde keer versperd wordt. Nu staat er een persoon midden op het pad. Hij of zij houdt je tegen. Hoe ziet deze persoon eruit? Ken je hem of haar? Wat voor kleren draagt deze persoon en hoe kijkt hij of zij? Zegt de persoon iets tegen je?Wat was je eerst gedachte of gevoel toen je deze persoon zag? Vindt ook nu weer en oplossing om je Levenswerk te bereiken.

 

Weer vervolg je je weg. Je kijkt om je heen en je ziet hoe hoog je inmiddels gekomen bent en je merkt dat het nu echt mooi weer is. De zon schijnt op je lijf, je geniet van de warmte. Je geniet ook van de mooie vergezichten en van de blauwe lucht, met hier en daar een wolkje aan de hemel.

 

Dan zie je dat er nog een bocht volgt en dan zul je op de top van de berg zijn. Je vermoedt dat er een kleine hoogvlakte zal zijn. Dat klopt: wanneer je die laatste bocht doorgegaan bent ben je op een kleine, mooie hoogvlakte. Je kunt heel ver kijken en geniet van het uitzicht.

 

Terwijl je zo staat te genieten voel je ineens een zachte, liefdevolle blik op je gericht. Je kijkt op: je ziet een oude, wijze persoon die inderdaad met een liefdevolle blik naar je kijkt. Hoe ziet deze persoon eruit? Zie je hem of haar helder of zie je meer een lichtende gestalte? Terwijl je naar deze wijze persoon kijkt en je openstelt zie je dat hij of zij een geschenk voor jou bij zich heeft. De persoon geeft je het geschenk: het is het symbool van je Levenswerk.

 

Wat krijg je? Hoe ziet het geschenk eruit en wat voor kleur of kleuren heeft het en wat voor afmetingen. Is het licht of zwaar? Terwijl je zo naar je geschenk kijkt, vertelt de wijze persoon je misschien nog iets over het geschenk of hij of zij geeft je een advies.

 

Het is tijd om afscheid te nemen. Je bedankt de wijze, neemt afscheid van hem of haar terwijl je weet dat je wanneer je maar wilt jouw wijze weer ontmoeten kunt, hier boven op deze berg. En dan neem je ook afscheid van de kleine hoogvlakte waar je was. Je werpt nog een blik om je heen en dan aanvaard je de terugweg. Je loopt over het pad naar beneden. Je komt bij de persoon die je tegenhield. Hoe ga je daar nu mee om?

 

Je loopt nog verder naar beneden, totdat je bij het bos komt. Je gaat het bos in terwijl je merkt hoeveel je alweer gedaald bent en je loopt verder totdat je bij het wilde dier komt.  Hoe ga je daar nu mee om?

 

Dan ga je het bos weer uit en je loopt nog verder totdat je uitkomt bij de wegwijzer aan de voet van de berg. Terwijl je nog verder terugloopt naar het beginpunt van je wandeling kijk je nog eens achterom naar de berg die je beklommen hebt. Je voelt je voldaan: je hebt, ook al weet je misschien nog niet precies wat het allemaal betekent meer informatie gekregen over je Levenswerk en daar ben je blij mee.

 

Als je weer terug bent in het landschap waar je je wandeling begon kijk je nog eens om je heen. Je neemt afscheid van dit landschap en dan kom je heel geleidelijk weer in je eigen tijd en je eigen tempo terug in de ruimte waarin je bent. Haal weer wat dieper adem, wees je weer bewust van de stoel waarop je zit en doe je ogen weer open en rek je helemaal uit.

 

 

Opdracht:

 

Maak aantekeningen en denk met name aan:

 

Het wilde dier

Het obstakel

De persoon die je tegenhield

De wijze op de berg

Het symbool van je levenswerk

 

Wat voor betekenis kun je aan de beelden geven

Het wilde dier

- wat zijn de kenmerken van dit dier

- welke kenmerken van het dier zag je

- welke eigenschappen van jezelf herken je

- hoe belemmeren die eigenschappen je onderweg naar boven

 

Het obstakel

- wat zijn de kenmerken van het obstakel

- welke kenmerken ervan hebben moet jouw eigenschappen te maken

- hoe belemmeren die eigenschappen je onderweg naar boven

 

De persoon

- welke eigenschappen heeft deze persoon

- ken je hem/haar

- zo ja, hoe belemmert hij/zij je onderweg

- zo nee, met welke eigenschappen van jou heeft die persoon te maken

- hoe belemmeren die eigenschappen je onderweg naar boven

 

Wat deed je

- hoe ging je om met de obstakels

- welke kwaliteiten gebruikte je daarbij

- hoe kunnen deze kwaliteiten je helpen onderweg naar boven

 

Het symbool

- welk symbool zag je

- welke kenmerken heeft dit symbool

- wat hebben de kenmerken van het symbool te maken met je levenswerk

 

 


Visualisatie: het kind in jezelf

 

Het kind in jezelf: een visualisatie om je idealen en enthousiasme als kind (terug) te vinden en te ervaren. Na afloop bespreek je de uitkomsten in tweetallen. Het doel van deze visualisatie is om d.m.v. het vrolijke enthousiaste kind in jezelf (meer) informatie te verzamelen over je Levenswerk.

 

Doel: het doel van deze visualisatie is om via en met behulp van het vrolijke en enthousiaste kind in jezelf meer informatie te verzamelen over je Levenspad.

 

Vooraf: Kijk eens naar jezelf als kleine en vrolijke enthousiaste peuter of kleuter en vraag je eens af:

Wat bewoog dit kind Waar genoot dit kind van Waar werd het helemaal enthousiast van Wat waren zijn /haar dromen en verlangens. Probeer je het leukste spelletje te herinneren dat je als kind speelde.

 

De visualisatie

Ga ontspannen zitten en richt je aandacht naar binnen. Stel je voor dat je in een omgeving bent die je vrolijk en enthousiast maakt. Het kan buiten zijn, maar ook ergens binnen. Wat is een omgeving die jou vrolijk maakt? Kijk om je heen, hoe ziet het er hier uit? Wat maakt je precies vrolijk en welke geluiden hoor je hier en wat ruik je of proef je. Merk op hoe deze omgeving je ook nu weer enthousiast en vrolijk maakt.

 

Ergens op deze plek zie je een fotoalbum liggen. Je aandacht wordt er naartoe getrokken. Je pakt het op; wat voor kleur of kleuren heeft het? Jouw naam staat erop. Zie die naam en voel met je vingers de letters van je naam op het kaft. Je weet dat je op zoek bent naar het vrolijke kind in jezelf en je weet dat je dit kind zult ontmoeten in dit mooie album met jouw naam erop. Je voelt je verwachtingsvol en bent heel benieuwd. Wellicht  zitten er foto’s in die je helemaal niet kent. Je neemt het besluit om het album open t doen en ziet allemaal foto’s van momenten in je leven die je vrolijk maakten. Je bladert heel rustig door het album en je ziet jezelf op de foto’s steeds jonger en jonger worden, kleiner en kleiner.

 

Totdat je uitkomt bij een heel leuke foto van jezelf als een vrolijk en enthousiast klein kind. Het kan een bestaande foto zijn, het kan ook een foto zijn die je nu bedenkt. Zie dit vrolijke kind steeds duidelijker voor je. Als je geen vrolijk kind ziet, maar een kind dat zich verdrietig of boos voelt, wees dan een liefdevolle ouder voor dit kind op de foto. Vraag je af wat het kind nodig heeft om zich vrolijk te gaan voelen.

 

Terwijl je ervoor zorgt dat het zich veilig voelt, gaat dit kleine kind zich steeds meer op zijn gemak voelen en je ziet een lach verschijnen op het gezichtje. Ergens in dit kind zit vrolijkheid en enthousiasme. Ergens in jou zit een klein, vrolijk en enthousiast kind. Als je wilt en eraan toe bent kies er dan voor om dit kind te ontmoeten. Laat het maar tevoorschijn komen en geniet van het plaatje dat verschijnt.  Bekijk nu de foto of het plaatje en laat er een bewegend beeld van ontstaan: Hoe zie je eruit Hoe oud ben je Wat voor kleren heb je aan.

 

In welke omgeving ben je, zijn er andere mensen bij je Wat ben je aan het doen Stel je open voor het kind dat jij was. Vraag je dan af: Waar genoot je van Waar gingen je ogen van stralen Wat was belangrijk voor je Wat waren je dromen en verlangens Luister naar wat dit kind te vertellen heeft

Maak contact met wat dit kind bewoog. Dan wordt het tijd om afscheid te nemen van het kind op de foto. Je bedankt het kind en terwijl je beseft dat je dit kind weer kunt ontmoeten wanneer je wilt, sluit je het fotoalbum. Je zult je steeds meer gaan herinneren van het vrolijke en enthousiaste kind in jezelf. Je komt in je eigen tijd en tempo terug in de ruimte waarin je bent.

Opdracht

Maak met de andere hand een tekening van het kind op de foto. Teken het kind in de omgeving waarin je het zag. Maak het kleurrijk en geniet ervan. Voel je weer het kind van die leeftijd en teken het zoals het kind het zou tekenen. Laat het kind met de andere hand zijn/haar naam erbij schrijven. Schrijf om het kind heen, ook met de andere hand, dingen die het kind leuk vond, waar het van genoot en waar het enthousiast van werd.

 

Schrijven

Denk eens na over de volgende vragen en schrijf er iets over op:

- wat heb je waargemaakt van de verlangens van dit kind

- wat zou je er nog van willen waarmaken

- welke energie zat er bij dit kind en welke kwalitieten had het

- wat wou dit kind later worden

- wat vindt dit kind van je huidige werk

- wat vind het kind van je leven in het algemeen

- welke dingen zou je het kind in jezelf vaker willen laten doen

- welke tips zou dit kind je kunnen geven over je levenspad


Contact - toelating